Derk Reneman
Onlangs hadden we in de fractie een discussie over het innemen van minderheidsstandpunten. Dat is een interessante kwestie en naar mijn mening moet je als VVD-volksvertegenwoordiger zeer terughoudend zijn met het innemen van een minderheidsstandpunt.
Formeel mag je als raadslid met jouw stem doen en laten wat jij wil. De wet spreekt van uitoefening van je stem ‘zonder last´, wat zoveel betekent als dat een volksvertegenwoordiger zijn stemgedrag baseert op zijn eigen inzichten en overtuigingen. Formeel zit een volksvertegenwoordiger ook op persoonlijke titel in de raad en niet namens een politieke partij. Het is dan ook mogelijk dat een volksvertegenwoordiger uit een fractie wordt gezet, maar vasthoudt aan zijn zetel. Op deze manier is menig eenmansfractie ontstaan - en ook weer verdwenen.
Het idee dat volksvertegenwoordigers stemmen ‘zonder last’ komt voort uit de gedachte dat parlementariërs zich moet inzetten voor het algemeen belang en niet voor deelbelangen. Bovendien leert het verleden dat de besluitvorming aanzienlijk wordt bemoeilijkt als alle parlementariërs voordat ze gaan stemmen eerst uitvoerig met de achterban moeten overleggen over hun mandaat. Zo moesten de Friese vertegenwoordigers in de Staten-Generaal voorafgaand aan elke stemming de 11 steden en 30 grietenijen (gemeenten) af voor goedkeuring. Wij hebben hier het spreekwoord op z’n elf-en-dertigst aan te danken.
Onze huidige partijdemocratie staat op gespannen voet met het zinder-last-principe. Het is weinigen gegeven om op eigen kracht, dat wil zeggen met voorkeurstemmen in de raad te komen. Verreweg de meesten komen binnen in het kielzog van de lijsttrekker. En de kiezers associëren zich met de lijsttrekker over het algemeen vanwege diens verbintenis met de politieke partij van hun voorkeur. Ook voor lijsttrekkers geldt dat lokaal weinigen louter als persoon het verschil kunnen maken.
Er is al met al dus veel voor te zeggen dat een zetel niet zozeer van een persoon, de vertegenwoordiger is, maar van de partij dankzij welke de parlementariër in de raad zit. Ik ervaar mijn zetel althans als van de VVD.
Het is een kleine moeite om de wet aan te passen. Het idee zou zijn dat parlementariërs alleen een zetel persoonlijk bekleden als zij voldoende voorkeurstemmen hebben gehaald. Voor parlementariërs die dankzij hun positie op de kieslijst van hun politieke partij in de raad zijn gekomen zou gelden dat zij hun zetel niet mogen behouden als zij uit de fractie gaan of worden gezet. De eerstvolgende op de kieslijst komt dan de raad in.
Toch ben ik er niet voor om de wet in deze zin aan te passen. Het zou ertoe leiden dat minderheden binnen fracties zich te allen tijde bij de meerderheid moeten neerleggen en nooit kunnen dreigen met het innemen van een minderheidsstandpunt. Doordat vertegenwoordigers zonder last hun werk doen moeten politici binnen fracties elkaar overtuigen. Het is niet alleen goed voor de levendigheid van het parlementaire werk, maar het is ook een belangrijke motor voor de kwaliteit van de besluitvorming. Het interne debat scherpt de geest. Bovendien geldt voor brede partijen zoals de VVD dat we het lang niet altijd over alles even eens zijn. Die diversiteit dient door te klinken in de fractie en komt onder druk te staan als er een soort dictatuur van de meerderheid ontstaat.
Tegelijkertijd ben ik van mening dat je als volksvertegenwoordiger terughoudend moet zijn met het innemen van een minderheidsstandpunt. Politiek gaat over macht en de macht van een politieke partij zit in het getal. Wie een minderheidsstandpunt inneemt, tast de machtsbasis van zijn partij aan. Het moet dan ook echt ergens over gaan wil je een minderheidsstandpunt innemen. Ik zou zeggen dat je als vertegenwoordiger minstens in gewetensnood moet verkeren. Het is echter wel je eigen verantwoordelijkheid om hierin je grenzen te bepalen.
Reacties (1)
Leuke discussie en gevoelige discussie voor de Haarlemmermeerse VVD.
Je legt een maatstaf op dat je slechts mag afwijken van het fractiestandpunt als je in gewetensnood komt. In de lokale politiek komt dit zelden voor. Conclusie is dan snel dat je maar te houden hebt aan de meerderheid van de fractie, kortom fractiediscipline. Op deze basis is dit zonde.
Ik zou pleiten voor iets minder zware maatstaf namelijk het principe waar je voorstaat. Dit kan de door jouw gewenste diversiteit ten goede komen. Het principe is objectiever en vindt sneller medestanders of een duidelijke positie van voor of tegen aan de hand van argumenten.
Je moet uiteraard voorzichtig zijn met afwijkend stemmen. Als het niet eens bent met je fractie zou ook nog kunnen overwegen om je ongerief te uiten in een stemverklaring. Dat is minder schadelijk
Groets,