Tot ze een jaar of 12 zijn hebben we het goed geregeld. Ze kunnen zich vrijuit bewegen op wipkippen en speelveldjes en als er iets mis dreigt te gaan dan kan het niet anders of dat wordt met alle voorzieningen voor vroegsignalering wel opgemerkt en verholpen.
Maar zo tussen de 12 en 16 jaar, dan schijnt het hopeloos te zijn. Niks om naar toe te gaan hebben ze, dus dat wordt rondhangen en rotzooi maken. En dan gaat het van kwaad tot erger natuurlijk want het duurt wel even voordat het puberbrein is doorontwikkeld tot het vereiste verantwoordelijkheidsgevoel en aanpassingsvermogen. Speciaal hiervoor opgeleide jongerenwerkers moeten aanrukken om het zooitje ongeregeld op het pad te houden. Dat doen ze in de daarvoor in het leven geroepen voorzieningen, zoals jongerencentra. En als de jongeren geen zin hebben om daarnaar toe te fietsen dan komen de jongerenwerkers aanzetten met een ludiek ingerichte bus om ze binnen te halen. Het mag allemaal wat kosten, want de jeugdigen zijn de dragers van de toekomst en wie wil er dat een stel onaangepaste wilden straks de dienst gaan uitmaken? Nou dan.
De jongeren zelf maken bij voorkeur geen gebruik van het aanbod aan voorzieningen en activiteiten. Het georganiseerde karakter ervan is niet cool en het is moeizaam chillen met de argwanende ogen van een jongerenwerker op je gericht, ook al doet deze nog zo zijn best om aan te sluiten bij je belevingswereld.
Het is wetenschappelijk aangetoond - en het wordt bevestigd door iedereen die zelf ooit jong is geweest – dat pubers en adolescenten anders willen en doen dan hun omgeving van hen verwacht.
Dat hoort nu eenmaal bij die ontwikkelingsfase. Het is gezond en het gaat vanzelf over naarmate men ouder wordt. Wat telt is, dat zij zich kunnen bewegen in de eigen gelederen, zonder dat bezorgde ouders en anderen zich daar tegenaan bemoeien. In de provincies Groningen, Friesland en Drenthe organiseren plattelandsjongeren zelf zogenaamde “jongerenketen”. Het gaat dan om een oude caravan o.i.d., geplaatst op een weiland waar dat is toegestaan, waar zij een huiskamer voor hun eigen groep creëren. Er is nogal wat negatieve publiciteit rond deze keten ontstaan, vooral omdat er sprake zou zijn van overmatig drankgebruik. Cultureel geograaf Koen Salemink, zelf ooit frequent bezoeker van een jongerenkeet in die contreien, heeft het allemaal nauwkeurig uitgezocht en is een groot pleitbezorger van het fenomeen. Jongeren zouden hierdoor juist leren zelf verantwoordelijkheid te dragen en elkaar te corrigeren als het de spuigaten uitloopt.
Maar toch, dat overmatige drankgebruik en wie weet wat nog meer maakt het twijfelachtig of dit concept als ideetje in het kader van het vierde gewas naar voren moet worden gebracht.
Wat dan wel? Vraagje voor wat willekeurige jongeren op straat. Kijk, zeggen ze, we willen gewoon onze sociale contacten een beetje onderhouden. Thuis op de bank lukt dat niet zo.. Dat doe je in een café, bij de sportclub of op school. En in de openbare buitenruimtes. Als je dan een beetje droog en uit de wind kunt staan en er is verlichting, dan is dat genoeg. Dus.
Zullen we maar eens stoppen met het baseren van beleid op excessen?
Dan komt het vast goed!
Monique Hallegraeff