Soms word je in de politiek met verschillende onderwerpen geconfronteerd die op zich niets met elkaar te maken hebben maar waarvan de casus leidt tot enorme tegenstrijdigheid. Sterker nog het is soms voor je gevoel niet aan de kiezers uit te leggen.
Neem het caravanstallingbeleid en het coffeeshopbeleid.
In 2009 heeft de raad een caravanstallingbeleid vastgesteld. Doel hiervan was om te voorkomen dat kassen, die een agrarische bestemming hebben, voor andere doeleinden worden gebruikt. In de praktijk blijkt namelijk dat er in veel kassen caravans en aanhangers zijn gestald en dat valt onder een ander bestemmingsplan. Ergo, de Raad vindt en vond dat er gehandhaafd moest worden en dat er een einde aan het gedogen moest komen.
Bij het coffeeshopbeleid heeft de gemeente ingestemd met de vestiging van een aantal coffeeshops in haar gemeente. Alhoewel een wettelijk kader hiervoor ontbreekt, hebben wij toch gemeend hiervoor beleid op te moeten stellen wat in de volksmond een gedoogbeleid is gaan heten. Het maatschappelijk vraagstuk is dermate groot dat de politiek gemeend heeft hier op deze wijze mee om te gaan.
De tweestrijd die ik aan het begin van deze bijdrage heb genoemd spitst zich toe op gedogen. Natuurlijk hebben beide onderwerpen niets met elkaar te maken, maar feit is dat er inwoners zijn die als ondernemer zakelijk gebruik gemaakt hebben van aanwezige kassen. Om economische redenen konden deze ondernemers de kassen niet rendabel exploiteren voor het doel waarvoor kassen zijn neergezet, namelijk voor landbouwactiviteiten. Als liberalen zijn wij toch van mening dat iedere Nederlander het recht heeft op zijn eigen geluk en het recht om inkomen te vergaren.
Feit is ook dat het drugsprobleem niet te onderkennen is en dat ik niet kan toveren om alle drugs uit de samenleving te verbannen want daarmee zou dit probleem tot het verleden gaan behoren. Natuurlijk is het verstandig om na te denken op welke wijze het drugsprobleem binnen onze maatschappij op een verantwoorde wijze te kaderen valt en om de effecten hiervan goed te meten. Omdat Nederland het internationaal gezien niet voor elkaar zal krijgen om drugs te legaliseren, is er een gedoogbeleid gecreëerd als minst slechte optie.
Ergo aan de ene kant gedogen we niet en aan de andere kant zien we gedogen als een acceptabele optie. En zie, mijn dilemma is geboren.
Het is om die reden dat wij nog eens goed moeten nadenken over het caravanstallingbeleid. In hoeverre moeten wij, politici, niet beter luisteren en begrip tonen voor inwoners die gewoon stinkend hun best doen om voor zichzelf en hun gezin een normaal inkomen te realiseren.
Ik kan niet over de grenzen van het huidige caravanstallingbeleid heen kijken en kan ook niet inschatten wat er wettelijk wel en niet mogelijk is. Bovendien heeft het beleid mede tot doel om duidelijkheid te geven aan huidige eigenaren van de kassen zoals dat bijvoorbeeld voor Rijssenhout geldt. Hier moet het beleid er voor zorgen dat er een herstructurering op gang komt. De huidige nota dateert uit een periode dat de economie nog volop groeide en inmiddels zijn we ook hier door de realiteit ingehaald.
Tijdens de raadsvergadering van 15 september jl., hebben wij gevraagd om op korte termijn een sessie te beleggen met als doel dit probleem beter te begrijpen, te inventariseren en waar nodig richting mee te geven die het college kan gebruiken bij de evaluatienota die we dan later in het jaar weer bespreken.
Wellicht is dat de verkeerde volgorde maar ook dat moeten we dan maar een keer gedogen.
Rob Koster
Reacties (1)
Duidelijk verhaal maar toch ook weer onduidelijk ben ik bang.
Of we met zijn allen op een gedoogbeleid voor caravanstallinghouders moeten aansturen weet ik niet. Wij hebben liever duidelijkheid. Door als ondernemer steeds te moeten werken met de gedachte dat het gedogen van de onderneming de weg is die we moeten bewandelen voelen wij ons, net als de coffeeshophouders, toch nog steeds de criminelen van ondernemend Haarlemmermeer.
Persoonlijk voel ik meer voor inventariseren wat de werkelijke behoefte is aan stallingsruimte en vervolgens kijken hoe we dit met zijn allen op een correcte wijze gaan invullen.
Dat daarbij het huidige sterk verouderde caravanstallingbeleid van de gemeente nog eens onder de loep moet is duidelijk. Niet in lege kassen maar wel in lege boerenschuren of onder de hooiberg is te gek voor woorden. Dit geeft wederom het idee van als we het maar niet ( door de ramen ) zien is het goed. Ook zou ik sterk willen pleiten voor het stoppen met handhaving op die ondernemingen die onder het huidige caravanstallingbeleid vallen, zomaar een ondernemer de nek omdraaien klinkt simpel maar geeft een geweldige impact op zijn gezin en omgeving. In deze tijd van een slechte economie zouden we juist zuinig moeten zijn op bedrijven die in staat zijn om het hoofd boven water te houden. Daarnaast voorzien alle stallingen wel degelijk in een ( niet criminele ) behoefte. In het APV staat : maximaal twee maal 24 uur de caravan op straat is toegestaan en breng hem daarna naar de stalling. Vervolgens geen duidelijke regels voor die stalling kan niet het goede plan zijn lijkt me. Om het dan maar te blijven gedogen voel ik niets voor. Terwijl ik mijn gedachte als reactie wil verzenden schiet me misschien wel de oplossing voor het hele probleem te binnen ! Een caravanstalling met daarin een coffeeshop, of is dit wederom geen goed idee ? Wel zijn we als caravanstallinghouders blij met de aandacht voor het probleem caravanstalling. Nu nog als gezond denkende mensen tot een goede oplossing komen, aan mij zal het niet liggen.
met vr. groet,
H. Arendse.